"Een winkel is een zevenkoppig monster. De dynamiek is aan de ene kant helemaal te gek. Maar dat monster vraagt heel veel van je, zeker in coronatijd. Petje af voor al die ondernemers die zich aanpasten en elke dag toch klaarstonden voor hun klanten." Dat zegt Renske Schriemer zo'n beetje halverwege het gesprek dat op het terras van Brasserie Mans op 'haar' Gijsbrecht van Amstelstraat plaatsvindt. Met het runnen van een zaak is ze zelf inmiddels gestopt, maar de drive om binnen de winkelstraat mooie en unieke initiatieven te realiseren is nog lang niet weg.

Nu de coronamaatregelen alweer zijn versoepeld is de verkeersdrukte op de Gijsbrecht van Amstelstraat - met vrachtverkeer dat lost en laadt - weer hetzelfde als voor het coronatijdperk, ziet ook Schriemer. Tijdens de eerste weken van die coronaperiode was dat wel even anders. Autoverkeer was er nauwelijks. Maar stil was het eigenlijk nooit echt in het 'hart van Zuid'. "Het was juist heel levendig", aldus de 45-jarige Hilversumse. "En de mensen kwamen lekker gespreid over de dag omdat iedereen toch thuis was."

Elke dag kerst

En die mensen kwamen dus vooral lopend of met de fiets. De automobilist bleef thuis of ging ergens anders naartoe. "Maar de Gijsbrecht was ook toen echt een plek waar je naartoe kon komen, de winkels zijn opengebleven. En voor sommige winkels was het qua omzet haast alsof het elke dag kerst was. In het centrum was dat heel anders. Maar hier kon je nog een lekker wijntje en kaasje of bloemetje voor thuis meenemen. En ook in de Bruna was het druk. Alleen kledingwinkels hadden het zwaar, maar dat trekt straks ook wel bij. Maar in die rare tijd die corona in het begin was kwam de kracht van een lokaal winkelgebied er helemaal uit. Het is echt een plek midden in de buurt."

Schriemer - moeder van twee kinderen, Sarah (14) en Ivar (6) - zelf kijkt terug op een drukke periode. Want behalve corona was er nog al dat andere dat speelt om de Gijsbrecht behalve prettig en gezellig ook verkeersveilig te maken en te houden. "Iedereen noemt ons een leuke winkelstraat, maar er zijn twee knelpunten: het chaotische en stressvolle verkeer en parkeren. We zijn daarom druk doende om het droombeeld van de Gijsbrecht goed in beeld te krijgen. Zo hebben we superveel werk aan evenementen, verlichting en online. Maar ook willen we een straat waar duidelijk is dat het een winkelgebied is."

Wat dat laatste betreft presenteerden de winkeliers eind vorig jaar een plan (of wensbeeld), waarbij de auto weliswaar welkom, maar te gast is en fietsers op de weg rijden. Het fietspad zou dan een breed voetpad moeten worden. Die maatregelen zouden dan leiden tot nauwelijks minder parkeerplaatsen. Bovendien zijn er geen drempels meer en ontstaat er meer een 'pleingevoel', stelt de gebiedsmanager.

"De meeste busjes die hier komen, zijn maar halfvol"

Hoewel het plan fraai klinkt en er tijdens de presentatie vorig jaar veel enthousiasme klonk, is verkeer (uiteraard) het belangrijkste bezwaarpunt. Immers, wanneer er minder autoverkeer door de Gijsbrecht rijdt, wordt het (nog) drukker op de Diependaalselaan, is de angst bij onder meer de gemeente. "Maar als je dit gebied vitaal wilt houden, moet je stappen nemen", benadrukt Schriemer. "Ik zie nu ook heel veel busjes en laad- en losverkeer. Als die al uit het straatbeeld zouden kunnen."

Plannen daarvoor zijn overigens al vergevorderd met de zogenoemde duurzame distributiehub. Het idee van zo'n hub, die in Kerkelanden moet komen, is dat vrachtverkeer daar naartoe rijdt. Vervolgens worden de goederen daar uitgeladen en meegenomen door elektrische busjes of fietskoeriers. Deze hub is een samenwerking tussen de gemeente, het stadsfonds, het centrum en de Gijsbrecht. Dat kan makkelijk, meent Schriemer. "De meeste busjes die hier komen, zijn maar halfvol."

Opleiding journalistiek

Op de vraag of Hilversum nu een dorp of stad is, kiest Schriemer voor dat laatste. "Maar ik kom uit een dorpje uit Friesland dus voor mij is al snel iets een stad", lacht ze. "Voor mij is iets met 90.000 inwoners, een Hema en een filmtheater geen dorp." Hilversum is in ieder geval een plek waar ze zich thuisvoelt. Ze belandde in de mediastad nadat ze haar opleiding journalistiek had afgerond - haar andere passie dansen bleef ondanks een jaar dansopleiding bij een passie - en aan de slag ging als de Gooise correspondent bij het ANP. 

Omdat je voor die job wel in het gebied moest wonen, verhuisde Schriemer met haar vriend (inmiddels man) Cor-Peter naar een flatje in Bussum. Een paar jaar later verhuisde het stel naar Hilversum, in de buurt van de Oude Haven. In die periode schreef ze verhalen voor verschillende dag- en vakbladen, met name over de media (de verkoop van Endemol). Maar ook was ze binnen tien minuten bij het Media Park toen Pim Fortuyn werd vermoord.

Schriemer, die naast de winkel altijd is blijven schrijven en dan nu vooral voor maandbladen over design en wonen, geeft toe dat ze die spanning en het onder druk van een deadline een compleet verhaal fabriceren nog weleens mist. Desondanks komt die druk van snel iets tot je nemen en vervolgens de juiste, kritische vragen kunnen stellen nog goed van pas in haar huidige job als gebiedsmanager. En die functie was allerminst geen vooropgezet plan, zegt ze nu. Als buurtbewoner had ze de straat al goed leren kennen en raakte ze eraan 'verknocht'. "Als ik dan op vrijdagmiddag naar de Gijsbrecht ging, kwam ik ook met van alles thuis: lekker eten van de slager, mooie bloemen."

Noodklok

Midden in de crisisjaren startte Schriemer er een speelgoedwinkel. Daar is immers altijd behoefte aan, zegt zij. Voor een plek in het bestuur was ze ondertussen al enkele keren gevraagd, maar iedere keer was het antwoord 'nee'. Ze was nog te druk met de winkel en haar journalistieke werk én - niet onbelangrijk - Schriemer had ook nog gewoon een gezin. Totdat vijf jaar geleden datzelfde bestuur intern de noodklok luidde en aangaf te zullen stoppen als er geen extra handjes kwamen. Daar reageerden meerdere mensen op, waaronder dus Schriemer. "Ik voelde de verantwoordelijkheid. Het was nodig, ondanks dat het een fijn winkelgebied was en is. Maar dat gaat niet vanzelf."

'Het is ongelooflijk leuk en interessant om na te denken over je straat'

Al enkele jaren is Schriemer, die inmiddels gestopt is met de speelgoedwinkel, voorzitter namens de ondernemersvereniging. Dat doet ze vol passie, zegt zij, "het vuurtje is aan." Bovendien vindt ze de combinatie van het journalistieke en het ondernemerschap een ideale. "Ik kan kritische vragen stellen en weet ook wat de ondernemer beweegt. Inmiddels heb ik een opleiding tot gebiedsmanager gevolgd. Als voorzitter zal ik het stokje volgend jaar overdragen, maar professioneel (als gebiedsmanager) en persoonlijk hoop ik nog heel lang verbonden te blijven aan De Gijsbrecht. Ik voel mij enorm op mijn plek. Het is ongelooflijk leuk en interessant om na te denken over je straat. Ik heb hier iets waar ik me hard voor kan maken. En dat lukt me. Hier kan ik iets toevoegen."