De partij verwacht dat de impact van de toenemende werkloosheid in Hilversum grote gevolgen kan hebben op deze beleidsplannen en uiteraard ook op de financiële positie van de gemeente. Zo snel mogelijk met elkaar de politieke discussie voeren om diverse zaken te heroverwegen als dat daadwerkelijk nodig is en zo goed mogelijk inspringen op de nieuwe situatie, is daarom noodzakelijk, aldus het CDA.
Dat is de kern van de artikel 41-vragen van de oppositiepartij aan het college van burgemeester en wethouders. De zorgen zijn groot bij het CDA, zo laat raadslid en Politicus van het Jaar (publieksprijs) Gerben van Voorden weten. “We hebben het lang aangekeken tijdens de coronacrisis. Nu is het duidelijk dat er steeds meer ontslagenen komen en dan hebben we het over alle lagen van de beroepen. Dat betekent iets voor onze arbeidsmarktbenadering, die we voor de coronacrisis hebben vastgesteld”, geeft de christendemocraat aan.
Instroomimpact
Gezien deze ontwikkeling wil het CDA weten welke inzichten en verwachtingen de gemeente heeft en hoe zij daar op in wil gaan springen. Zo vraagt de oppositiepartij of er analyses beschikbaar zijn met betrekking tot de gevolgen van de coronacrisis in relatie tot de arbeidsmarkt in deze regio. Andere vraag is wat tot op heden de impact is op de instroom in de bijstand en is het college bereid om de huidige beleidsplannen tussentijds te evalueren en deze evaluatie te delen met de gemeenteraad?
Fijntjes wijst Van Voorden erop dat de regio Gooi en Vechtstreek de afgelopen jaren allesbehalve een goed rapport had als het gaat om uitstroom naar werk. Dat kan behoorlijk zorgelijk zijn als de groep mensen zonder baan in korte tijd snel is gegroeid. Dit probleem zo snel mogelijk adresseren en met elkaar bespreken om hier goed mee om te gaan, is de oproep.
Of zoals de CDA’er het zelf heeft opgeschreven: “Omdat uiteindelijk de werkloosheid in onze regio gaat toenemen met als gevolg dat het aantal bijstandsgerechtigden gaat toenemen, vinden wij het van groot belang om vroegtijdig met elkaar in gesprek te gaan over de gevolgen van deze ontwikkelingen op de arbeidsmarkt in relatie tot de -van voor de coronacrisis- vastgestelde beleidsplannen.”

