De eindexamenleerlingen zijn sinds de lockdown al die tijd gewoon naar school gegaan. Leerlingen uit de klassen daaronder echter zitten sinds half december thuis en volgen online lessen. Dat online lessen volgen houdt voorlopig niet op. Sterker nog, de onderbouwleerlingen van het St Aloysius College aan de Schapenkamp bijvoorbeeld zitten voorlopig nog helemaal niet in de klas. Die ene dag in de week dat zij naar ‘school’ gaan en hun klasgenoten zien, staan zij op de voetbalvelden van Wasmeer, vertelt directeur Jeroen Zaagmans. En zo staan er nu dagelijks zo’n zeventig leerlingen - steeds uit verschillende klassen - op het veld. Maandag waren dat drie brugklassen. 

De bovenbouwleerlingen gaan wel gewoon naar school. Dat komt met name vanwege de toetsweek. Over twee weken wordt er geruild. De school is met dit plan gekomen, omdat halve klasjes in het lokaal en de rest thuis achter de computer volgens Zaagmans lastig is om te organiseren. Bovendien vervullen de sportlessen - met dus wel hele klassen - zowel een sportieve als sociale rol. De klasgenoten zien elkaar allemaal immers en bovendien krijgen zij de nodige beweging. 

(Tekst gaat verder onder de foto)


© Foto Miché / Bastiaan Miché

‘Wel een hele tour de force aan het worden om dit schoolbreed neer te zetten’

Op de twee vestigingen van het Gemeentelijk Gymnasium zitten vanaf maandag wel gewoon zo’n 400 (Vaartweg) en 65 (Badhuislaan) leerlingen. De helft van het totale aantal leerlingen dus, aldus rector Sjoerd van de Berg. Op maandag komt de ene helft naar school en volgt het andere deel de lessen online. Dinsdag is dat weer andersom. De eindexamenklassen gingen al voor de voorjaarsvakantie naar school. “En in de wandelgangen lopen we met mondkapjes op. Dat doen we al vanaf het begin van het schooljaar”, vertelt Van de Berg. “Maar het is wel een hele tour de force aan het worden om dit schoolbreed neer te zetten. En een ander punt is natuurlijk de toename van het aantal besmettingen.”

Het zou dus zomaar kunnen, denkt de rector, dat de scholen straks weer dicht moeten. Dat hoopt hij uiteraard niet. “En wat ons betreft had de school half december ook niet dicht gehoeven. We hadden hier bijna geen besmettingen. Maar ja, toen hadden we 8.000 besmettingen in het land. Nu zijn dat er 5.000. Ik houd me hart vast als het oploopt.”

Voor nu is het dus vooral ervoor zorgen dat de leerlingen het schooljaar zo goed als kan af kunnen maken en de anderhalve meter afstand kunnen garanderen. En dat is best lastig. “Je kunt ook wel met hele klassen in de gymzaal of aula zitten, maar ook daar heb je maar één uitgang. Nu houden we ook allen ramen en deuren open. Er wordt goed gelucht.”

Savornin Lohman

De school waar deze week ten opzichte van de periode voor de voorjaarsvakantie niks verandert, is de Savornin Lohman aan de Van Ghentlaan. Alleen de eindexamenleerlingen gaan naar school, de rest volgt online onderwijs. Volgende week is er voor de derde en vierde klassen een toetsweek en daarna mag juist weer de onderbouw naar school, vertelt rector Cors Westerdijk. Per schooljaar gaat het om pakweg vijftig leerlingen. 

‘In sommige gevallen is dat half-half niet te doen’

Daardoor zien alle leerlingen uit hetzelfde jaar - en dus alle vrienden - elkaar, aldus de rector. Zij volgen dan in ieder geval een dag in de week de lessen vanuit de gymzaal en aula. Die ruimtes zijn groot genoeg om anderhalve meter uit elkaar te zitten. Ook voor de docenten is dat volgens Westerdijk veel gemakkelijker werken dan de helft van de klas in het lokaal te zien en de andere helft tegelijkertijd online. “In sommige gevallen is dat half-half niet te doen. Het online lessen is best goed gegaan, maar je ziet wel dat het soms moeite kost om de leerlingen te motiveren. Zij willen elkaar weer zien. Maar we nemen nu dus nog even de tijd om dat goed te organiseren.”

Door straks dagelijks slechts één leerjaar binnen het schoolgebouw te hebben, wordt ook de drukte in de gangen tijdens de pauzes voorkomen, gelooft Westerdijk. Of dit schooljaar alle klassen weer tegelijk naar school kunnen, betwijfelt hij. Het is volgens hem ook afwachten hoe de kabinetsformatie na de Tweede Kamerverkiezingen verloopt. “Sneltesten dus”, ziet hij als oplossing. “En we moeten allemaal iets minder krampachtig naar de jeugd kijken.”