Op een feestelijke manier nam de directeur van de Wilge afgelopen week afscheid van de ruim 500 leerlingen die de Hilversumse basisschool, verspreid over twee locaties, telt. Na een onderwijsloopbaan van maar liefst 43 jaar gaat de 65-jarige Bussumse genieten van haar pensioen. 

Haar kantoor in het schoolgebouw aan de Cornelis Drebbelstraat oogt opgeruimd. Aan de muur hangt een klassenfoto van eind jaren 90 en valt ook de tekst ‘Uitdagen tot leren is uitdagen tot leven’ van Helen Parkhurst (1886-1973), de oprichter van het daltononderwijs, op. Ook mooi: een zwart-witfoto met daarop een kind dat zijn duim omhoog steekt. “Achter elk kind zit een andere geschiedenis. Het ziet er vrolijk uit, maar er zit ook een hoop leed achter.”

Als kind groeide Vos op in Noord-Limburg en toen haar man werk vond in Amsterdam verhuisden zij van Nijmegen naar Bussum. In het onderwijs is - toen ook al - altijd wel een baan te vinden. Want al toen was zij juf. In de loop der jaren heeft Vos wel voor alle groepen gestaan, al was stiekem groep 3 toch wel het leukst. 

Het leren rekenen en lezen noemt zij ‘een leuke puzzel’. De lach verschijnt op de vraag waarom Vos voor het onderwijs koos. “Met een groep kinderen een jaar lang optrekken en bijdragen aan hun ontwikkeling. Samen een gemeenschap vormen. Hun leren rekenen en lezen op een gezellige manier. Ook het pedagogische is daarbij belangrijk: dat iedereen zich happy voelt.”

Eenmaal woonachtig in Bussum ging Vos op zoek naar werk. Bewust koos zij ervoor om niet in haar eigen woonplaats aan de slag te gaan. Toch ook om werk en privé enigszins gescheiden te houden. Uiteindelijk belandde zij in de Flevoschool in Huizen. Daar begon zij als leerkracht, maar na enige tijd kwam daar de functie van adjunct-directeur bij. “Zoiets groeit vanzelf”, zegt Vos daarover. “Ik vind het leuk om het voortouw te nemen en iets te kunnen bijdragen. Ik ben ook opgeleid tot intern begeleider. Zo blijf je jezelf ontwikkelen. In een klas met kinderen kun je heel veel doen, maar in deze rol ben je toch een soort spin in het web.”

Na vijftien jaar verruilde Vos de Flevoschool voor de enige basisschool in Vreeland. Daar kon zij aan de slag als directeur en zodoende nog meer haar vleugels uitslaan. “Het fijne aan het adjunct-directeurschap is dat je iemand naast je hebt. Maar op een bepaald moment ben je zo ambitieus dat je zelf die verantwoordelijkheid wilt dragen. In die vijf jaar dat ik in Vreeland zat, heb ik wel geleerd om zelf die verantwoordelijkheid te hebben. Je bent bezig met financiën, huisvesting, onderwijs. En je werkt nauw samen met het schoolbestuur. Dat waren in Vreeland vaak ouders die weliswaar experts zijn in een bepaald iets, maar die dit er ook maar even bij deden.”

(Tekst gaat verder onder de foto)


© Foto Miché / Bastiaan Miché

Na enige tijd wilde Vos naar een school die deel uitmaakte van een groter geheel. Die school vond zij in Hilversum; bij de Wilge. Deze basisschool, een van de grootste in Hilversum, maakt namelijk deel uit van Alberdingk Thijm Scholen. In een persbericht van deze scholenkoepel staat dat de Bussumse zich sinds haar aantreden als directeur op de Wilge in 2008 zich volop heeft ingezet voor tweetalig onderwijs. “Toen ik hier startte, trof ik een leuke school met een gedreven team en degelijk onderwijs, maar op sommige vlakken kon het onderwijs wel wat spannender.”

In ontwikkeling

Vos vertelt dat zij in Hilversum een hardwerkend team aantrof en goed onderwijs, maar met het woordje ‘spannender’ bedoelt zij meer verschillende werkvormen. Zo was er nog te veel sprake van het traditionele lesgeven: geschiedenis en aardrijkskunde waren nog echt aparte vakken. Vos pleit ervoor om bepaalde onderwerpen vanuit die verschillende invalshoeken (dus zowel geschiedenis als aardrijkskunde) te benaderen. Zij noemt daarbij de term International Primary Curriculum, waarbij kinderen worden gestimuleerd om zelf het initiatief te nemen en samen te weken. “Daarin hebben wij samen stappen gemaakt. Dat is een continu proces. Dingen zijn altijd in ontwikkeling. Tijdens zo’n proces kan zoiets niet snel genoeg gaan, maar als je nu omkijkt is er veel veranderd.”

‘Wij willen van kinderen wereldburgers maken’

Want ook stapte de basisschool in 2014 in de landelijke pilot voor intensief tweetalig onderwijs, samen met negentien andere basisscholen in Nederland. Volgend jaar stroomt de eerste lichting leerlingen die intensief een tweede taal op school hebben gehad, uit naar het voortgezet onderwijs, “We hebben dat zo veel mogelijk in het onderwijs verweven. Bij de kleuters kan dat ook al heel gemakkelijk met een thema als bijvoorbeeld de boerderij of het lichaam. Dat je op een kaartje een dier laat zien en in het Engels vertelt om welk dier het gaat. Maar het gaat erom dat kinderen kennismaken met een andere taal, zich durven te uiten. Wij willen van kinderen wereldburgers maken.”

In dertien jaar tijd heeft Vos haar school zien groeien van zo’n 380 naar 520 leerlingen. Elk leerjaar telt drie groepen. De leerlingen van de groepen 7 en 8 passen niet eens meer in het schoolgebouw aan de Cornelis Drebbelstraat en krijgen les in het voormalige schoolgebouw van Hilfertsheem-Beatrix aan de Jan Blankenlaan. Vos denkt wel dat de school nu het maximaal aantal leerlingen heeft bereikt. Het is echter niet meer aan haar. Zij zal het moeten loslaten en dat is, geeft zij toe, best spannend. Zij zal nog wel een dag in de week bepaalde taken binnen Alberdink Thijm Scholen op zich nemen. “Maar ik zal mezelf moeten terugvinden. Wie ben ik zonder werk?”

Driehoek

Na 43 jaar werken in het onderwijs zal de Bussumse daar binnenkort achter komen. Zij erkent de voorbije jaren weleens te hebben verlangd om weer fulltime voor de klas te staan. En ja, ondanks alle veranderingen binnen het onderwijs - en die waren niet altijd even leuk - zou zij ook nu voor een baan in het onderwijs kiezen. “Maar de driehoek kind-ouder-school is veel meer van betekenis dan vroeger. Veel meer wordt er ook gekeken naar de onderwijsbehoefte van het kind. En ouders zitten er meer bovenop. Er is een soort partnerschap tussen de school en de ouders ontstaan. En vaak lukt dat en soms wat minder. Maar je moet continu zoeken naar de gezamenlijkheid, samen stappen zetten.”

Om haar heen ziet zij steeds vaker mensen vanuit een andere beroepstak de switch maken naar het onderwijs. En heel vaak zijn dat mensen, zegt Vos, die zich altijd wel aangetrokken voelden tot het onderwijs. “Het was dan alleen altijd de omgeving die tegen hen zei: ‘Niet doen’. Maar in het onderwijs sta je tussen kinderen. Dat brengt een leuke reuring met zich mee. Het is ook niet hiërarchisch. Er is ook veel collegialiteit. Dat is ook nodig. Je moet met anderen kunnen sparren, zeker nu het onderwijs alleen maar gecompliceerder is geworden. Dat geldt trouwens ook voor de ouders.” 

(Tekst gaat verder onder de foto)


© Foto Miché / Bastiaan Miché

Zo was het ook voor de ouders best aanpoten toen hun kinderen tijdens de lockdown thuisonderwijs kregen. Vos omschrijft die periode als ‘interessant’. Zelf was zij wel dagelijks in het verder nagenoeg lege schoolgebouw te vinden. “Voor de kinderen was het vooral heel belangrijk dat zij je zagen. Wat dat betreft zijn met het online lesgeven de mogelijkheden verbreed. Maar de kern blijft toch met elkaar zijn. Het sociale. Dat leer je niet van achter een computerscherm. Ruzietjes oplossen doe je ter plekke. Dat zag je ook weer toen de kinderen naar school mochten. Zij moesten weer even op hun beurt wachten om aandacht te krijgen.”

‘Waar krijg je nu een knuffel op je werk?’

Toch weet ook Vos nog heel goed de periode voor de coronacrisis en dat basisscholen regelmatig de deuren dicht hielden vanwege een lerarenstaking. Zo was de werkdruk te hoog en het salaris te laag, was de gedachte. Zelf heeft Vos zich nooit zo bezighouden met die werkdruk, zegt zij. Het heeft ook geen zin om te meten hoeveel uur je kwijt bent voor een bepaalde handeling. “Daar doen wij het onderwijs ook geen recht mee. Vanavond bijvoorbeeld zijn er de oudergesprekken. Dat zijn drukke weken, maar er zijn ook weken dat het minder druk is. “En het is toch heel mooi om te zien dat je belangrijk bent voor de kinderen? Waar krijg je nu een knuffel op je werk?”  

Overigens krijgt Vos als directeur lang niet zoveel knuffels als haar medewerkers. De medewerkers waar zij trots op is en voor staat. Het vertrouwen vanuit bijvoorbeeld de politiek maar ook van buitenstaanders in het onderwijs mist de Bussumse nog weleens. “Zo wordt er continu geroepen dat het onderwijs zo hard achteruitgaat,” aldus Vos, “maar heel vaak komt dat vanuit mensen die niet in het onderwijs zitten en maar van alles roepen.”

Lerarentekort

Aan de andere kant is het lerarentekort in verschillende grote steden en soms ook in kleinere gemeenten wel weer een serieuze bedreiging voor het onderwijs, erkent ook de directeur. Zij denkt dat investeren om mensen die de switch maken naar het onderwijs te begeleiden zeker kan helpen. Net als een verhoging van het salaris uiteraard. “Maar we moeten meer bewust naar buiten treden en laten zien dat we een interessante doelgroep zijn. Het zou ook fijn zijn als er wat meer variatie is. Van jong tot wat ouder. Ervaring blijven wij nodig hebben in het onderwijs.”

Vos wordt na de zomervakantie opgevolgd door Mayke Hemmelder, de directeur van Villa Vrolik op Anna’s Hoeve. Zelf had Vos qua energie nog wel even door kunnen gaan. Haar man geniet echter al drie jaar van zijn pensioen en de tijd van samen leuke dingen doen is aangebroken. Er is in ieder geval meer tijd voor de kinderen en kleinkinderen. Aangezien die in Utrecht en Amsterdam wonen, blijven Vos en haar man gewoon in ‘t Gooi wonen. “Verder laat ik het allemaal maar over mij heen komen. Ik blijf wel lekker bezig.” En kan zij de Wilge en de medewerkers en kinderen loslaten? “O ja,” is het antwoord, “ik voel me verantwoordelijk voor de school, maar het is niet mijn kindje.”