Volgens zijn raadsman W. Ausma was zijn cliënt onder narcose en heeft hij uitspraken gedaan die hij normaal nooit zou doen. In dat verhoor zei de Soester dat hij van plan is geweest om het slachtoffer te vermoorden. De rechtbank gaat in het verzoek mee omdat het om een ernstige zaak gaat waarin zware beschuldigingen aan het adres van de Soester worden gedaan: “Het is in het belang voo...

De officier had de toezegging vooraf aan de zitting ook gedaan, maar toen het om technische redenen niet mogelijk was om de opname van het verhoor op tijd te beluisteren, wees zij het verzoek af.